Beschermd stadsgezicht
Een beschermd stads- of dorpsgezicht is een gebied dat van algemeen belang is door de cultuurhistorische waarde. Hiermee vallen ze onder de Monumentenwet. De definitie van beschermd stads-of dorpsgezicht is: "Groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden". Niet alle panden binnen een dergelijk beschermd gezicht zijn monumentaal. Momenteel worden ruim 400 stads- en dorpsgezichten van rijkswege beschermd. Dat zijn bijna alle historische kernen in Nederland. Ook gemeenten kunnen beschermde gebieden aanwijzen, maar dat is in Oudewater niet het geval.
-
Gebied
De historische kern van Oudewater is in 1977 door de minister als beschermd stadsgezicht aangewezen. Naast een tekening waarop het gebied staat aangegeven verdeeld in drie deelgebieden, is er een cultuurhistorische beschrijving gemaakt van het gebied, evenals een beschrijving van de karakteristieken met hun waarden.
De beschrijving van het beschermd en de bijbehorende kaart van het beschermde gebied kunnen worden opgevraagd bij de gemeente. De beschrijving staat verderop op deze pagina, de kaart staat op een downloadpagina.
Doel van beschermd stadsgezicht
Het doel van een beschermd stadsgezicht is de historische karakteristiek te behouden en nadrukkelijk een plaats te geven in de toekomstige ontwikkelingen. De bescherming heeft niet de bedoeling om de bestaande situatie te bevriezen of elke verandering tegen te houden.
In tegenstelling tot andere situaties is er binnen het beschermde gebied bijna nooit sprake van vergunningvrij bouwen. Zo zijn dakkapellen, dakramen, zonnepanelen, gevelwijzigingen vergunningplichtig. Ook het slopen van bouwwerken (al of niet een gebouw) is binnen zo’n gebied vergunningplichtig.Verankering in beleidsvelden
Voor een bestemmingsplan met een beschermd stads- of dorpsgezicht geldt strengere regels dan voor andere bestemmingsplannen. Een beschermend bestemmingsplan is veel gedetailleerder. Dit betreft niet alleen de bebouwing, maar ook de onbebouwde ruimte met bijvoorbeeld straatlantaarns, beplanting en straatmeubilair. De karakteristieke waarden van het beschermde stadsgezicht komen ook tot uitdrukking in het gemeentelijke welstandsbeleid. In de welstandsnota is hiermee nadrukkelijk rekening gehouden. Voor Oudewater geldt bovendien dat heel het beschermde stadsgebied is aangewezen als een archeologisch waardevol gebied. Het is verboden zonder schriftelijke vergunning opgravingen te doen met als doel archeologische waarden op te sporen, te onderzoeken of te verstoren. Bodemwerkzaamheden dienen in de meeste gevallen onder archeologische begeleiding plaats te vinden door -of in overleg met- het archeologische adviesbureau.
Subsidie voor niet-monumenten
Subsidie voor het onderhoud of restauratie is in principe alleen beschikbaar voor beschermde monumenten. Dat geldt voor zowel gemeentelijke als rijksmonumenten. Daarnaast voorziet het Provinciaal Cultuurfonds Utrecht ook in subsidie voor het herstel van panden die weliswaar geen monument zijn, maar die wel beeldbepalend zijn.
-
Beschrijving
Het ontstaan van Oudewater
In het begin van de 12e eeuw is Oudewater in een nog onontgonnen moerasgebied op een zandafzetting bij de monding van de Linschoten in de Hollandsche IJssel tot ontwikkeling gekomen. Politieke oogmerken gericht tegen de graven van Holland hebben rond 1265 de bisschop van Utrecht doen besluiten aan deze, in het grensgebied van het Sticht gelegen, nederzetting stadsrechten te verlenen. Rond de jonge nederzetting werd een eenvoudige versterking, bestaande uit aarden wallen voorzien van houten palissaden, opgeworpen.
Vooral in het begin van de 14 eeuw, toen voor Oudewater na de verpanding in 1285 door de bisschop aan Floris V van Holland een periode van rust aanbrak, heeft de stad zich tot een handels- en scheepvaartcentrum van bescheiden betekenis voor de directe omgeving kunnen ontwikkelen. Financiële hulp van de graaf van Holland maakte het in 1321 mogelijk de oorspronkelijke omwalling te vervangen door stenen muren; het toen afgebakende stadsgebied heeft tot halver wege de 19 eeuw aan de inwoners voldoende levensruimte geboden.
Van de tweede helft van de l4e eeuw tot aan het einde van de 16e euw raakte Oudewater vele malen bij gevechtshandelingen betrokken: de oorlogen tussen de Hollandse graven en de bisschoppen van Utrecht, de Hoekse en Kabeljauwse twisten en de oorlog met Spanje; het Spaanse beleg van 1575 heeft de stad vrijwel volledig verwoest achtergelaten.
In de 17e eeuw is weer hernieuwde welvaart te bemerken; het is vooral de touwfabricage geweest, die de functie als streekcentrum heeft versterkt. De in de omgeving verbouwde hennep werd in de stad op de markt gebracht en daarna tot touw en netten voor de koopvaardij en de visserij verwerkt.
De 17e eeuwse patriciërshuizen aan de Markt en de Havenstraat getuigen van deze bloeiperiode.
De in groten getale bewaard gebleven trapgevels, die in hoge mate het stadsbeeld bepalen, wijzen er tevens op dat Oudewater zich in de volgende eeuwen als een betrekkelijk welvarend stadje heeft weten te handhaven, zonder dat er echter van een opgaande lijn sprake is ge weest. Het ontbreken van politieke betekenis en van nieuwe stuwende industrieën in de 18e en 19e eeuw is een van de belangrijkste oorzaken van deze stilstand.
Op het door Jacob van Deventer rond 1560 vastgestelde kaartbeeld (zie hierboven) is een stratennet weergegeven dat, behoudens aan de zuidzijde, vrijwel volledig overeenkomt met dat van de huidige plattegrond van de stadskern.
De stad is omgeven door een dubbele gracht en een muur (de eerder vermelde van 1321) met een aantal torens en vier hoofdpoorten. Het beloop van de muur, die een vrijwel rechthoekig gebied van 300 x 700 m omvat, is voor driekwart gedeelte in de huidige situatie terug te vinden in de Lange Burchwal, de Biezenwal en de Noord- en Oost lJsselkade.
Het beloop van de korte zijde van de rechthoek, die volgens de kaart van Jacob van Deventer tot ongeveer 60 tot 75 m ten zuiden van de St. Janstraat, evenwijdig daaraanlopend, de lJsselkade met de Burchwal verbond, is onherkenbaar geworden.
De IJssel vormt een gedeelte van de westelijke stadsbuitengracht, en het huidige IJsselvere, rond 1560 wel bebouwd, is niet in het ommuurde stadsgebied opgenomen. Vier poorten sluiten de stad van de belangrijkste uitvalswegen af: de Linschoter- en de Broekerpoort, waar aan gelijknamige straatnamen herinneren, de IJsselpoort, voor de huidige ophaalbrug en de Utrechtse poort, gelegen in het verlengde van de huidige Kapellestraat.
Bij de Linschoterpoort is een kasteel weergegeven, dat tussen 1321 en 1379 gebouwd is en wederom in 1585 met behoud van de poort gesloopt, omdat het onderhoud de eigenaar van het slot, de stad Oudewater, die in tegenstelling met de steden in de omgeving niet tot een heerlijk heidbehoord heeft, te zwaar woog.
Van de weergegeven openbare gebouwen is de situering van de N.H.-kerk, de Waag en het Ursulaklooster herkenbaar; het stadhuis en enkele andere kloosters, waarvan bekend is dat deze ook vóór 1560 bestonden, zijn niet nader op de kaart aangegeven.
De plaats en het aantal door Van Deventer weergegeven overbruggingen over de IJssel en de Linschoten komen overeen met de huidige situatie: de ophaalbrug, de brug hij de Romeijnstraat, de visbrug, de markt, de brug bij de Verkensteeg, de sluis bij de Leeuweringerstraat en de Walbrug.
De kaart van Johannes Blaeu (1632, hierboven) in 1649 uitgegeven in de atlas Toonneel der Steden van de Vereenighde Nederlanden — geeft een duidelijk beeld van de vestigingwerken; de bebouwing daarentegen is erg onnauwkeurig en globaal weergegeven. De annexatie in 1585 van het IJsselvere maakt wijzigingen in het verdedigingsstelsel noodzakelijk. Het lJsselvere is door hoornwerk, waarvan de flanken via bruggen over de IJssel zijn aangesloten op de Noorderkerkstraat en het huidige Gasplein, bij de stad getrokken. Voorts is de vesting, zoals eerder aangeduid, aan de zuidzijde tot aan de Sint Janstraat ingekort en versterkt door de aanleg van aarden bastions voor de hoekpunten (NW, ZW en ZO) en halverwege voor de oostelijke wal, zoals nu nog herkenbaar is in de “uitstulping” van de Grote Gracht.
Tussen 1673 en 1698 zijn nog enkele buitenwerken totstandgekomen: een hoornwerk voor de Linschoter en een ravelijn voor de Utrechtse poort. In de jaren 1740/1747 is het zuidoostfront van de vestiging aanmerkelijk versterkt door de aanleg van een enveloppe, een linie aangelegd voor alle incidentele vernieuwingen van de voorafgaande eeuwen.
Na de opheffing van de Oudhollandse Waterlinie zijn ingevolge het KB. van 2 februari 1826 de vestigingwerken in eigendom aan de stad afgestaan. Rond 1850 is een begin gemaakt met de ontmanteling van de stad: de afbraak van de poorten, het slechten van de wallen en het dempen van de grachten.
De Grote Gracht en de voormalige Bleekersgracht zijn de laatste getuigen van de oude vesting.
De kadastrale minuut van Oudewater is rond 1830, toen de stad nog in de omwalling besloten lag, totstandgekornen. De parcellering van het overgrote deel van het stadsgebied vertoont een sterke overeenkomst met de huidige situatie, met uitzondering van enkele in die tijd ruimer en onregelmatiger verkavelde gebieden zoals:
-
de Wijngaardstraat en de Lange Burchwal
Langs de westzijde van de Wijngaardstraat zijn stallingen en tuinmuren, behorende bij de panden aan de Leeuwerïngerstraat, weergegeven en in het gebied tussen Wijngaardstraat en Burchwal een enkel boerenbedrijf. De Wijngaardstraat is door de bouw van woonhuizen aan beide zijden van de Burchwal in de twintiger jaren van de 20 eeuw een “achterstraat” gebleven -
het gebied ten zuiden van het Heilig Leven
De op de minuut weergegeven panden als de Doelen, het Weeshuis, het Armhuis en en kele boerderijen, hebben plaatsgemaakt voor de r.k.-kerk met het kloostercomplex en het Gasplein met de gasfabriek.
Deze veranderingen hebben het beloop en een gedeelte van de parcellering van de westelijke gevelwand van de Kapellestraat ongewijzigd gelaten.
De ontmanteling van de stad gaf Oudewater nieuwe mogelijkheden tot uitbreiding van de stedelijke bebouwing. De Biezenwal is bebouwd en achter de Broeckerpoort, die gesitueerd was in de rooiljn van het Rode Zand, is in 1862 op de gedempte Broeckergracht het Arminiusplein aangelegd. De parcellenng van deze nieuwbouw is een logische voortzetting van de toen bestaande stedelijke structuur. Op de Zuidwal zijn aan de ene zijde van de voormalige Utrechtse Poort drie woonhuizen en aan de overzijde een school (1883) gebouwd. Op een gedeelte van de wal van de enveloppe van 1740/1747 is tussen twee grachten het kerkhof aangelegd.
Het gebied binnen de vestiginggracht ten westen van de Hollandsche IJssel is industriegebied geworden.
Op de vestingwerken ten noorden en ten zuidwesten van Oudewater zijn recente nieuwbouw plannen totstandgekomen.
Uit bovenaangehaald vergelijkingsmateriaal blijkt dat de oorspronkelijke stratenstructuur en parcelering - behoudens genoemde uitzonderingen - van de historische stad Oudewater bewaard zijn gebleven.
Zoals eerder vermeld is Oudewater uitgegroeid uit het gehucht dat bij de monding van de Linschoten in de Hollandsche IJssel was ontstaan. Het bochtig beloop van de Linschoten is tot het allesbeheersende, structuurbepalende element van de stadsplattegrond geworden.
Naast de afbakening van het stadsterrein hebben zich nauwelijks planmatige ingrepen - dikwijls resulterend in rechte grachten of straten, die in veel andere Hollandse steden n belangrijke mate de historische stedenbouwkundige identiteit bepalen - in de geografische situatie voorgedaan. Een hechte verkaveling is vooral te vinden in de straten langs de zuidelijke bocht van de Linschoten (Wijdstraat, Peperstraat, Havenstraat, Korte Havenstraat, Markt en Marktstraat), omdat deze straatjes vanouds de plaats zijn geweest waar de handel zich afspeelde. De ruime, onregelmatige parcellering in de periferie van het historisch stadsgebied, is door de eeuwen heen een veel minder dwingend stedenbouwkundig gegeven geweest dan de verkaveling van het economisch belangrijke centrum. In deze randgebieden hebben kloosters en liefdadigheidsinstellingen zich kunnen vestigen en werd het boerenbedrijf uitgeoefend. In de 17e eeuw was het mogelijk, waarschijnlijk om strategische redenen, het stadsgebied in het zuiden in te korten en aan het einde van de 19 eeuw kregen grootschalige projecten, als de gasfabriek en het kloostercomplex, de gelegenheid zich hier te ontwikkelen.
De historische stedenbouwkundige totaliteit van Oudewater, bepaald door de oorspronkelijke structuur en de historische bebouwing, rechtvaardigt een aanwijzing op grond van artikel 20 van de Monumentenwet voor het historische stadsgebied en de nog herkenbare onderdelen van de verdedigingsgordel.
Overzichtskaartje van het beschermd stadsgezicht. Downloadpagina met gedetailleerde kaart.
Het totale stadsgezicht is onder te verdelen in een aantal kleinere gebieden, waaraan voor elk gebied een verschil in waardering voor het historisch karakter en schoonheid is toe te kennen.
Deze waardering - ingedeeld in drie klassen - is als volgt geformuleerd:
Klasse A: gebied van groot belang vanwege het patroon van straten en grachten, het profiel en de groenvoorziening van de openbare ruimte en de afmetingen en vormgeving van de bebouwing (hoogte, breedte, diepte, bekapping, gevelindeling), benevens de aard van de toegepaste materialen voor wat betreft de bebouwing en de openbare ruimten.
Klasse B: gebied van belang vanwege het patroon van straten en grachten, de rooilijnen van de bebouwing aan de openbare ruimten en de “schaal” en de differentiatie van de bebouwing.
Klasse C: gebied van belang vanwege de hoofdstructuur van het stratennet, benevens de hoogte van de bebouwing.
Deze globale indeling in klassen kan gelden als een uitgangspunt voor de nadere uitwerking van de beschermende maatregelen, die op grond van artikel 37 lid 5 van de Wet op de Ruimte lijke Ordening getroffen moeten worden. Met nadruk wordt erop gewezen dat deze indeling niet meer dan een schematische weergave van de aanwezige waarden kan zijn.
A. Gebied
Het gebied waarin de historische identiteit van Oudewater het meest waardevol tot uiting komt, omvat globaal gezien met als hoofdader van de stad - de bebouwing aan weerszijden van de Linschoten van het Amsterdamse veer tot en met het lJsselvere - met hierop aansluitend de Leeuweringerstraat, de Marktstraat, de omgeving van de NH-kerk tot en met de westelijke kade van de IJssel en de Kapellestraat tot en met de r.k.-kerk, Dit gebied wordt gekenmerkt door een contrastrjke, vaak zeer verrassende ruimtelijke indeling.
Het bochtig beloop van de Linschoten geeft met de bebouwing, die op sommige plaatsen direct op de kade ontstaan is en de aaneengesloten gevelwanden, een opeenvolgende reeks van steeds wisselende stadsbeelden.
De ruimtelijke opbouw van de directe omgeving van de Markt, het middelpunt van Oudewater, vormt met de bebouwing een stadsbeeld van hoge monumentale en historische stedenbouwkundige waarde. Van de brug af zijn de sterk van elkaar verschillende ruimten van de hier samenkornende straten en/of grachten in een oogopslag te overzien: aan de ene kant de nauwe gebogen Peperstraat en Korte Havenstraat en de tussen de achtergevelwanden van be straten ingeklemde Korte Haven en aan de andere kant de ruime, enigszins landelijk aan doende Donkere Gaard. Via de Marktstraat is de a-centraal gelegen kerk visueel bij het stadsmiddelpunt betrokken. Belangrijke monumenten, over het algemeen gebouwd in de voor Oudewater karakteristieke Zuid-Hollandse trant, dat wil zeggen trapgevels met gemetselde mozaïeken in de boogvelden boven de vensters, maken deel uit van de bebouwing van de Markt. De overige panden met over het algemeen eenvoudige 19e eeuwse bepleisterde of bakstenen lijstgevels, vormen door de goede schaal en gevelindelingen hiermee een harmonische eenheid. De gemiddelde hoogte is twee bouwlagen met kapboog, met dien verstande dat de verdiepingshoogte en de hoek van de dakhellingen van de 17e eeuwse panden bepaald groter zijn dan van latere bebouwing. Daardoor heeft de gevelwand langs de westzijde van de Markt ten opzichte van de overzijde, die een grotere concentratie van de 17e eeuwse panden bevat, een lager en eenvoudiger uiterlijk. Ook de indeling en de aard van de gebruikte materialen van de bestrating, de “willekeurige” rangschikking van de openingen in de achtergevels, de overkluizing met de ijzeren hekken en de groenvoorziening, dragen in sterke mate bij tot het totale beeld van de Markt.
De bebouwing van de Peperstraat sluit qua type aan bij de westzijde van de Markt: lijstgevels, met of zonder kapverdieping, van 1 of 2 bouwlagen hoog en 2 of 3 raampartijen breed. Bepleisterde en bakstenen gevels komen voor, bekroond door een zadeldak met wolfseind of een schilddak vaak voorzien van een dakkapel; steeds in de nok loodrecht op de rooilijn gericht. De aaneengesloten verticaal gelede gevelwanden maken de straat door het gebogen beloop tot een bes loten ruimte. Door de nog aanwezige, op de vlucht gebouwde, 17e eeuwse huizen - of overblijfselen daarvan - die in vergelijking met de latere bebouwing een veel grotere totaalhoogte bezitten, heeft de Wijdstraat een minder intiem karakter dan de Peperstraat.
In beide straten, overwegend winkelstraten, is het wegdek volgens een goede verhouding ingedeeld met smalle trottoirs.
De overgang van de Wjdstraat naar de open ruimte rond de N.H.-kerk biedt een boeiende tegenstelling.
Deze ruimte wordt bepaald door de uit de 13e eeuw stammende, later tot hallekerk verbouwde St. Michaëlskerk en de daaromheen, volgens de bij het Helletje en de Zuider Kerkstraat gebogen en bij de Noorder Kerkstraat rechte rooilijn, gerangschikte bebouwing die gevarieerd van vorm is met een gemiddelde bouwhoogte van 1 of 2 bouwlagen met kap. Tot het totaalbeeld dragen tevens bij: straatindeling, beplantingen, het muurtje en de lantaarnpalen rond het kerk hof en het gebruikte materiaal.
De lage eenvoudige bebouwing van de Vrij rechte Marktstraat versterkt de monumentale ver schijningsvorm van de NH-kerk. Top- lijst- en klokgevaltjes komen voor, 1 tot anderhalve bouwlaag met kap hoog. Beeldbepalende elementen zijn voorts het gebruikte materiaal (baksteen + pleister), de indeling van de bestrating en in het bijzonder de forse kap van het pand Marktstraat 39/41, een brede 17e eeuwse trapgevel nabij de kerk.
Ruimtelijk gezien is bij het IJsselvere iets van de oude stadsingang voelbaar. Hier gaat de wijde straatweg met het uitzicht op de voormalige Bleekersgracht ineens over in het nauwe, rechte gedeelte van het IJsselvere, dat door hoge smalle panden in - grondvorm 17e eeuws - begrensd wordt. Vanaf de ophaalbrug over de Hollandsche IJssel is aan de ene kant een “stedelijk” uitzicht te beleven op de kerk en de bebouwing van de Noord-IJsselkade en aan de andere kant een landelijk vergezicht, bestaande uit de IJssel, de bomen daarlangs en de weilanden.
Naast de Markt komt vooral ook in de Havenstraat het specifieke karakter van de 17e eeuwse handelspiaats duidelijk tot uiting. Het aan de Linschoten ontieende beloop, dat in de straatwanden en de rij bomen en lantaarnpalen op de kade terug te vinden is, maakt de Havenstraat tot een boeiende ruimte, die aan beide uiteinden door de bebouwing op de kade visueel afgesloten of vernauwd wordt. De hecht aaneengesloten, volgens een strak ritme, gelede gevelwand staat in scherpe tegenstelling tot de bebouwing van de overzijde, het “ongeordende” achtergevel- beeld van de Wijdstraat met de veelvormige bijgebouwtjes en kadeterrasjes. De individuele gevel- en kapvormen van de zuidelijke gevelwand, met de op de vlucht gebouwde 17e eeuwsepanden, vormen een levendig silhouet. Ook het gedetailleerde straatprofiel en het gebruikte materiaal zijn van belang voor het totaalbeeld van de Havenstraat.
De Visbrug, een kruispunt van wegen, wordt beheerst door het 17e stadhuis met de rijk gedetailleerde trapgevel en het bordes.
Kenmerkende elementen voor de Kapellestraat zijn het niveauverschil direct in het begin van de straat bij het stadhuis, de individuele steeds verspringende stoepjes voor de huizen en de iets voor de rooilijn gelegen absis van het uit de Middeleeuwen stammende St. Ursula convent, die de visuele beëindiging van de lichtgebogen gevelwand vormt. Tegenover deze gesloten fijnschalige gevelwand, waarvan enkele panden lichtgepleisterd zijn, ligt de rond 1880 in gotische trant gebouwde r.-k kerk.
De Leeuweringerstraat bestaat aan de kant van de Markt hoofdzakelijk uit winkels en meer naar het noorden toe uit - veelal witgepleisterde - woonhuizen; voornamelijk lijst- en topgevels komen voor, 1 soms 2 lagen met kap hoog en 2 tot 3 raampartijen breed; de nokken van de daken - schild- of zadeldak - zijn loodrecht op de voorgevel gericht.
De zij- en achtergevels van de panden van de Leeuweringerstraat 1 t/m 11 zijn voor het stads beeld - bezien van de Markt af - van groot belang.
De Linschoten, aan het begin van de Leeuweringerstraat bij de Markt een stedelijke gracht, is aan het noordelijke uiteinde van deze straat veranderd in een landelijke vaart. Tussen met gras begroeide taluds stroomt het riviertje onder de gemetselde hoge Walbrug door de stad binnen. Totaal gezien is het met de bebouwing van het Amsterdamse Veer (waaronder de 17 pandjes nr. 3 en 4), de rustieke kadebebouwing aan de overzijde, de beplantingen en het sluisje een schilderachtige ruimte.
Verder stroomafwaarts bestaat het uitzicht uit de Kromme haven en de Donkere Gaard.
Het is een ruim opgezet, rustig stadsdeel met vooral aan de Donkere Gaard enkele voorname herenhuizen (2 bouwlagen met schildkap hoog en 5 raampartijen breed) en aan de overzijde daarvan de achtererven van de bebouwing van de Leeuweringerstraat met de veelsoortige voormalige agrarische bedrijfsgebouwtjes, waarvan de hooiberg een speciale vermelding ver dient.
B. Gebied
Onder de klasse B vallen de volgende gebieden:
- de restanten van de oude vesting;
- het gebied, dat - globaal gezien - gelegen is tussen de IJssel, de noordgrens van het be schermde stadsgezicht, de westelijke gevelwanden van het tracé Amsterdamse Veer, Kromme Haven, Donkere Gaard en de noordelijke gevel van de Marktstraat;
- het zuidelijk deel van de Kapellestraat met de westelijke gevelwand;
-
de Oost- en Zuid lJsselkade met de bebouwing.
Een gedeelte van de in de vorige eeuw geliefde wandeling rond de stad, waarbij de tegenstelling stad-land essentieel is, valt ook nu nog te maken. Aan het eind van de Kapellestraat, die aan de westzijde door een gesloten gevelwand van eenvoudige top- en lijstgeveljes begrensd wordt, is op de plaats van de voormalige Utrechtse poort, als gevolg van de karakteristieke in 1883 gebouwde school, nog een visuele vernauwing te onderkennen. Direct daarop volgt de brede gebogen vestinggracht, geflankeerd door de rij bomen van de Waardse Dijk. Het hoger gelegen kerkhof met de beide kapelletjes, het overvloedige struikgewas en de hoge bomen verschaft met de daarnaast gelegen boomgaard de stad een waardevol groenelement. Vervolgens leidt de Waardse Dijk naar de Nieuwe Singel, een smal tussen twee rijen bomen ingeklemd paadje van waaraf het gedifferentieerde stadsbeeld, voorafgegaan door het brede watervlak, te beleven is.
Het type bebouwing van de Rootstraat en het Rodezand ontloopt elkaar nauwelijks; het zijn eenvoudige aaneengebouwde huizen, veelal top- of lijstgevels met zadeldak of schilddak, waarvan de nok loodrecht op de voorgevel gericht is. Naast woonhuizen komen winkels en be drijfjes voor. In het straatbeeld van de Broeckerstraat vallen de lage witgepleisterde huisjes het meest op.
Zoals eerder vermeld stamt de bebouwing aan de Biezenwal en het Arminiusplein uit de tweede helft van de 19e eeuw. De panden aan het Arminiusplein zijn, gezien de geljkvormigheid - lijst- gevels van 2 bouwlagen met kap hoog en 3 raampartijen breed - in twee fasen totstandgekomen. De individuele verschijningsvorm van de huizen langs de Biezenwal geeft daarentegen aan, dat de bebouwing hier - steeds passend in de heersende schaal - pand voor pand ontworpen en opgetrokken is.
De Zuid- en Oost IJsselkade zijn voor het stadsgezicht vooral van belang door de indeling en de groenvoorziening van de openbare ruimte en de schaal van de bebouwing.
C. Gebied
Onder de klasse C ressorteren gebieden waarvan de bebouwing uit architectuur-historisch oogpunt weinig waardevol is:
-
het industrieterrein tussen de IJssel en de voormalige Bleekersgracht;
-
de Lange Burchwal, de Wijngaardstraat tussen de Vinkenbuurt en de St. Janstraat;
-
het gebied gelegen tussen de oostelijke gevelwand van de Oost-IJsselkade en de westelijke gevelwand van de Kapellestraat, de bebouwing van de Havenstraat en de Zuiderwal.
Het is duidelijk dat door de ligging van deze gebieden een sterkere samenhang bestaat met de A- en B-gebieden.
De mogelijkheden tot het handhaven van de karakteristiek van deze laatste zijn onder meer af hankelijk van de ontwikkelingen in deze aangrenzende C-gebieden.
Een nadere uitwerking van het beschermde stadsgezicht zal dienen plaats te vinden in een bestemmingsplan ex artikel 37 lid 5 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
Hierbij wordt vooropgesteld, dat een bescherming ex artikel 20 van de Monumentenwet geen bevriezing van de gegeven situatie inhoudt. De globale indeling in drie klassen, die voor de bepaling van de waarde van de historische karakteristiek is gegeven, kan voor de aard van de bescherming als uitgangspunt dienen.
Binnen de aangegeven gebieden zal echter nader onderzoek noodzakelijk zijn.
In het totale beschermde stadsgezicht (A+B+C-gebied) zullen nieuwe ontwikkelingen zich in het historische stratenpatroon voegen en zich voor wat betreft de hoogte aan de bestaande bebouwing aanpassen.
In het A+B-gehied zal naast de rooilijn en de hoogte de bescherming op de differentiatie en de schaal van de bestaande bebouwing gericht zijn, benevens de indeling van de openbare ruimte. In het A-gebied zullen daarnaast ook vormgeving, gevelindeling, bekapping, bouwmateriaal en soms de achtergevelrooilijn van belang zijn om de nieuw te bouwen panden zo goed mogelijk in de naaste omgeving te kunnen invoegen. Voor wat betreft de openbare ruimte zal de bescher ming in het A-gebied tevens op de detaillering, de groenvoorziening en het bestratingsmateriaal gericht zijn.
>> Download het kaartje met de zones van het beschermd stadsgezicht (pagina met download)
-
de Wijngaardstraat en de Lange Burchwal
Social media