Toespraak burgemeester Angnes Jongerius 4 mei

Lees hieronder de toespraak die burgemeester Agnes Jongerius hield tijdens de Dodenherdenking op 4 mei.

Flessen water, houdbare etenswaren, een speciale radio op batterijen, een zaklamp met extra kaarsen, een EHBO-doos met gebruiksaanwijzing, dekens, een fluitje om hulpdiensten te laten weten waar je bent, contant geld, gereedschap, toiletartikelen, kopieën van identiteitsbewijzen, reservesleutels en nog wat persoonlijke spullen.

Dit is de inhoud van een noodpakket en iedere burger heeft een informatieboekje ontvangen om zich te kunnen voorbereiden op een noodsituatie zoals extreem weer, een grote storing of … een oorlog.

Die oorlogsdreiging lijkt dichterbij dan die in jaren is geweest. Sterker nog: zelf ben ik nu 65 jaar. Voor mij was oorlog iets van vroeger, iets van mijn vader en moeder. Zij waren beide geboren in 1920. En waren dus bijna volwassen toen de Tweede Wereldoorlog losbrak. De oorlog was een verhaal van mijn ouders en hun broers en zussen, mijn ooms en tantes. Het was een verhaal van onderduiken om te voorkomen dat je in Duitse fabrieken te werk gesteld werd. Van vele tientallen kilometers fietstochten om elders in Nederland voedsel te gaan halen. Van levens die op pauzestand stonden: mijn vader en moeder konden niet trouwen midden in de oorlog.

Maar oorlog is helaas niet alleen van vroeger. Dat zag ik als kind helemaal fout. Spraken we een paar jaar geleden nog onze afschuw uit over de oorlog in Oekraïne, daar kwam de oorlog tussen Israël en Gaza bij en onlangs die tussen Iran enerzijds en Israël en de Verenigde Staten anderzijds.

Die regio’s lijken ver weg maar zijn voor heel veel mensen toch heel dichtbij. Omdat zij bijvoorbeeld uit Oekraïne komen en nu hier, in onze stad wonen. Zij staan soms via facetime letterlijk in verbinding met hun mannen, broers en zonen aan het oorlogsfront. En toen wij hier op 8 april met de leerlingen van De Schakels stonden om de bemanning van de Barbara Mary te eren, stak een jongen zijn vinger op en zei; “ik kom uit Syrië". Die oorlogen leiden nu tot angst onder de inwoners van ons dierbare Oudewater maar . . die angst hebben wij hier in Nederland, in Oudewater, vroeger ook gekend. Eerst al tijdens de Eerste Wereldoorlog, daarna tijdens de veel ergere Tweede Wereldoorlog die een grotere wereldwijde impact had en leidde tot veel meer burgerslachtoffers.

Het woord oorlog betekent het verbreken van de rechtsorde. Er zijn geen wetten en regels meer en dat is in iedere oorlog gelijk, vroeger en nu, maar er zijn verschillen. Ruim tachtig jaar geleden werd er vooral gevochten met grootschalige legers, tanks en mijnen. Nu wordt er oorlog gevoerd met precisiewapens, drones en cyberaanvallen. Waren er vroeger duidelijke frontlinies en slagvelden, tegenwoordig is de grens tussen militaire en civiele doelen vaker vervaagd.

Maar de angst blijft hetzelfde, in welke oorlog je ook verzeild raakt.

En wie begint een oorlog? En waarom? Wat is het nut als er zoveel mensen sneuvelen? Ik zal het nooit kunnen begrijpen maar er is iets in sommige mensen dat sterker is dan compassie, krachtiger dan mensenrechten, meer invloed heeft dan rechtvaardigheid en dat is macht, de honger naar macht. Dat mechanisme is zo sterk dat je er bijna niet tegen kunt vechten. Sterker nog, het wakkert het vechten juist aan, het wakkert oorlogen aan.

Ook Oudewater maakte de oorlog mee. De eerste Duitse soldaten verschenen op 16 mei 1940, 86 jaar geleden. Burgers vingen vluchtelingen op uit andere plaatsen en er waren diverse dappere Oudewaternaren die gingen vechten of in verzet kwamen. De Duitsers hadden het voor het zeggen. In 1943 kampte de gemeente met schaarste aan medicijnen, voedsel, water en elektriciteit, de ontreddering sloeg toe. Vanwege solidariteit onder de inwoners waren er niet zoveel schrijnende taferelen als in de grote steden maar ook hier werden Joodse families vervolgd. Gelukkig wist de familie van stadsarts Van Praag aan deportatie te ontkomen, maar de familie Vos werd gedeporteerd naar Auschwitz en keerde niet meer terug in Oudewater. Terwijl de bevrijding op 5 mei al was afgekondigd, kwam het rond het middaguur bij de Waardsedijk nog tot een bloedig treffen tussen de SS en leden van het verzet. Hierbij kwamen zeker twee SS’ers, twee verzetsleden en twee burgers om het leven. Wat zo’n mooie feestdagen had kunnen zijn kreeg een gitzwarte rand. Maar toch. Maar toch, ondanks het grimmige karakter van Bevrijdingsdag in Oudewater kunnen we Bevrijdingsdag nog steeds vieren, met elkaar en daar zijn we dankbaar voor.

Noodpakketten worden nu gericht onder de aandacht gebracht en gelukkig is daar aandacht voor. Dik tachtig jaar geleden hadden we dat niet. We weten nu zoveel meer over oorlogen, de informatievoorziening is groot, je bent binnen no-time geïnformeerd, maar wat als de oorlog uitbreekt en de informatievoorziening stopt? We zijn zo afhankelijk van de digitale wereld. Hoe weet je dán wat je moet doen? Als je de oorlog niet hebt meegemaakt, weet je niet wat het is, weet je niet hoe het voelt om altijd bang te zijn, te moeten vluchten, alleen maar pap te moeten eten en bijna geen drinkwater te hebben, je continu zorgen te moeten maken om je geliefden en niet veilig over straat te kunnen.

We zijn ook dankbaar dat we vandaag met elkaar kunnen stilstaan bij iedereen die zich heeft ingezet of zelfs zijn of haar leven heeft gegeven voor vrede, vrijheid en veiligheid. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maar ook in oorlogen daarna.

Vandaag herdenken we iedereen die voor ons gevochten heeft en daarbij omkwamen of werden vermoord, zowel burgers als militairen, zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog en de koloniale oorlog in Indonesië als in oorlogssituaties en bij vredesoperaties daarna. Wij zijn hen grote dank verschuldigd.